300 million people 520 miljoen mensen

Wereldwijd hebben mogelijk 520 miljoen mensen een voedselallergie3 waarbij de meeste patiënten allergisch zijn voor 1-3 soorten voeding

300 million people 90% van alle allergene voeding3

Circa 40% van de baby's en jonge kinderen met eczeem heeft een voedselallergie, waarbij kippenei, koemelk, soja en tarwe bijna 90% van alle allergene voeding vormen3

300 million people 85% melkallergie 70% kippenei-allergie

Bij circa 70% van de kinderen met een kippenei-allergie en 85% met een melkallergie verdwijnt deze aandoening na hun vijfde levensjaar4. Ongeveer 40-60% van de kinderen met een kippenei- of melkallergie ontwikkelt astma, terwijl 30-55% allergische rinitis ontwikkelt4

De voordelen van testen op allergieën

De juiste diagnose van voedselallergie, f, gevolgd door informatieverstrekking en adviezen op grond van geldige testresultaten, is belangrijk omdat dit de kans op bijwerkingen door echte voedselallergieën verkleint en bovendien voorkomt dat voeding die veilig is en deel uitmaakt van een normaal, gezond dieet, ten onrechte wordt uitgesloten.5

Gerichte behandeling van atopische patiënten kan de druk op de gezondheidszorg verlagen6,7

Wordt er een allergie vermoed?

Ga verder dan de symptomen
en identificeer de oorzaak

  • Vermijd overbodige recepten
  • Vermijd overbodige bezoeken/doorverwijzingen
  • Verminder het aantal recepten en bespaar kosten
  • Verminder het aantal ziektedagen op school, universiteit of werk en verkort de wachtlijsten
  • Bespaar tijd en geld en help patiënten onbezorgder te leven

- Vroegtijdige diagnose van allergie
- Bepaal het juiste behandelingsplan

  • Verminder het aantal spoedopnames
  • Verminder het aantal overbodige recepten, bezoeken en doorverwijzingen
  • Verbeter de controles
  • Zorg dat patiënten kunnen deelnemen aan normale dagelijkse activiteiten
  • Bespaar tijd en geld en help patiënten onbezorgder te leven

Actieve
behandeling

  • Verbeter de kwaliteit van leven

Veelvoorkomende allergenen

Voorgeschiedenis van allergie

Voedselallergie kan tal van symptomen hebben. De ernst en duur van de symptomen verschillen al naar gelang het type allergie en vallen vaak samen met andere allergische aandoeningen. Er is bijvoorbeeld een causaal verband tussen voedselallergie enerzijds en eczeem en anafylaxis anderzijds. Andere symptomen zoals failure to thrive, braken, diarree en kolieken kunnen ook worden toegeschreven aan voedselallergie, evenals traditionele allergiesymptomen zoals netelroos en galbulten.

Het stellen van een voedselallergiediagnose begint met een lichamelijk onderzoek en een bespreking van eventuele voedselallergieën in de voorgeschiedenis van de patiënt3

Een op allergie gerichte klinische voorgeschiedenis moet zijn afgestemd op de huidige symptomen en leeftijd van de patiënt5

Door een paar sleutelvragen te stellen verkrijgt u gedetailleerde informatie over de voorgeschiedenis en kunt u uw patiënt correct behandelen

Download een formulier voor een op allergie gerichte voorgeschiedenis van de patiënt

Testen en aanbevelingen

Neem aan de hand van de op allergie gerichte voorgeschiedenis van de patiënt de meest gepaste vervolgstappen door:

De behoefte aan testen beoordelen

Als uit de patiëntgeschiedenis kans op een IgE-gemedieerde allergie lijkt te bestaan, overweeg dan een bloedonderzoek (naar allergeen-specifiek IgE) te laten uitvoeren door getraind, competent laboratoriumpersoneel. Of doe een huidpriktest17 in een klinische omgeving met voldoende klinische ondersteuning en faciliteiten om anafylaxis te behandelen. Specifiek IgE-tests kunnen bij iedere patiënt worden uitgevoerd, ongeacht leeftijd, allergiesymptomen (bijv. eczeem) en wel of geen gebruik van medicatie.

Bij bloedafnames is 1 ml bloed genoeg om te testen op 10 verschillende allergenen.

Interpretatie van testresultaten

De resultaten moeten worden geïnterpreteerd in combinatie met de klinische voorgeschiedenis

Behandeling en doorverwijzing

Recommendations from the NICE Food Allergy Guideline

Dr. Adam Fox praat over de implementatie van de NICE-richtlijnen.

De in 2011 gepubliceerde NICE-richtlijnen bieden duidelijke adviezen over de diagnose en behandeling van voedselallergie.

De meeste patiënten, d.w.z. patiënten met een duidelijke diagnose en milde, maar aanhoudende symptomen, moeten in de eerstelijnszorg worden behandeld, maar sommige patiënten moeten voor behandeling worden doorverwezen naar de tweedelijnszorg. De implementatie van de NICE-richtlijnen moet bijdragen aan de diagnose of uitsluiting van voedselallergie vroeg in het zorgpad van de patiënt om zo het aantal onnodige recepten die patiënten ontvangen en het aantal patiënten op eliminatiediëten te verminderen.5

Ruth Charles een pediatrisch diëtiste, praat over de voordelen van samenwerking met een diëtiste tijdens de behandeling van een voedselallergie

Wanneer moet worden doorverwezen

De NICE-richtlijn voor voedselallergie bevat specifieke adviezen over welke patiënten moeten worden doorverwezen naar de tweedelijnszorg.

Anafylaxis behandelen

Managing allergy is painless

Dr Susan Leech bespreekt de behandeling van patiënten wanneer u patiënten een adrenaline-auto-injector kunt voorschrijven.

Afdrukbare actieplannen

Om te zorgen dat uw patiënten na de diagnose uw behandelingsadviezen volgen, is het belangrijk hen een actieplan te geven.

Download de volgende nuttige actieplannen als richtlijn voor uw behandeling van allergiepatiënten:


Hoe waarschijnlijk is het dat u deze inhoud aan anderen aanbeveelt?

Beoordeel deze inhoud

Maak uw keuze
Dank voor uw reactie
Referenties
  1. Punekar YS and Sheikh A. Clin Exp Allergy 2009; 39:1889-1895.
  2. Simpson AB, et al. J Pediatr 2010; 156: 777-781.
  3. Pawankar R (Ed), et al. White book on allergy, 2011; World Allergy Organisation UK.
  4. Kurowski K, et al. Am Fam Physician 2008; 77: 1678-1688.
  5. National Institute for Health and Care Excellence. Food allergy in children and young people (CG116). 2011. London: National Institute for Health and Care Excellence.
  6. House of Lords, Science and Technology sixth report- the extent and burden of allergy in the United Kingdom. Available from www.bsaci.org/pdf/HoL_science_report_vol.1.pdf last accessed February 2014.
  7. Pearce L. Nursing Times 2012; 108(17): 20-22.

Geinteresseerd in onze Allergie/Autoimmuniteit Educatie?

Ja, ik ontvang graag:

Met het indienen van dit formulier, gaat u ermee akkoord dat Thermo Fisher Scientific uw persoonlijke gegevens verzamelt en verwerkt. Informatie over toestemming.

We willen u ook laten weten dat we samenwerken met de Veeva Systems Inc. gesyndiceerde Open Data database om ervoor te zorgen dat de contactgegevens altijd up-to-date zijn. Dit betekent dat abonnees van deze database toegang hebben tot uw professionele contactgegevens (naam, functienaam, naam en adres van de instelling) en als een gebruiker een wijziging van deze algemene openbare informatie meldt, wordt deze met iedereen door de database gedeeld. Alle relevante servers van Veeva Systems Inc. bevinden zich binnen de Europese Unie.
Als u vragen of opmerkingen over de privacy hebt of als u uw rechten als gegevenssubject wilt uitoefenen zoals beschreven in ons Privacybeleid, neem dan contact met ons op via dataprivacy@thermofisher.com

Uw gegevens zijn succesvol ingediend.